Het recht om uit te dagen

Het is de eerste volle werkweek van een nieuw jaar, de tijd van nieuwjaarsrecepties met nieuwjaarstoespraken. Er wordt gedronken op vertrouwen in de toekomst en de stevige uitdagingen in het verschiet. Het wetsvoorstel om uit te mogen dagen geeft daaraan onverwacht perspectief.

Het uitdaagrecht vindt grond in het Regeerakkoord Rutte III ‘Vertrouwen in de Toekomst’. Idee is dat dit vertrouwen wordt bevorderd door versterking van burgerparticipatie op decentraal niveau: geef burgers en hun vrijwillige samenwerkingen the Right to Challenge.

Zo kunnen burgers zich meer betrokken voelen als zij op eigen verzoek de uitvoering van collectieve voorzieningen voor de eigen leefomgeving op zich kunnen nemen. Het wetsvoorstel noemt als voorbeeld het beheer van een zwembad, het schoonhouden van grachten en rattenbestrijding. Burgers kunnen vinden dat zij dit anders, beter, slimmer en/of goedkoper kunnen doen. Gemeenten (en provincies!) kunnen alleen taken overdragen die een eigen bevoegdheid zijn. Voor taken in medebewind, dus uitgevoerd namens het Rijk, kan niet worden uitgedaagd.

De lokale overheden beslissen uiteindelijk zelf of de feitelijke uitvoering inderdaad aan burgers kan worden overgelaten. Een formele regeling van beoordelingscriteria voor ‘uitdagingen’ maakt vooraf voorspelbaar wat de afwegingen zullen zijn. In ieder geval moet er gevoel zijn bij het draagvlak onder inwoners, verdienen belangen van derden bescherming en is transparantie vereist over het waarom en met wie uitdagingen worden aangegaan.

Wordt de uitdaging inderdaad aangegaan dan ontstaat er met die burgers of hun maatschappelijke samenwerkingen (wijkraden, buurtverenigingen, lokale corporaties en vergelijkbaar) een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie. Juridisch heeft dat de vorm van een subsidie, mandaat, delegatie of een civiele overeenkomst. De wethouder (of gedeputeerde) blijft voor de feitelijke uitvoering politiek verantwoordelijk.

Opvallend is dat het wetsvoorstel (nog) geen enkele aandacht besteedt aan het uitdaagrecht in functie van lokale ambities rond duurzaamheid, energietransitie of een circulaire bouweconomie. Een zonnepark, oplaadpalenveld of een uitwisselstation voor secundair bouwmateriaal; het zijn collectieve voorzieningen waarvoor ook prima kan worden uitgedaagd, zo nodig door specifiek daarop gerichte maatschappelijke samenwerkingen. Misschien een ideetje voor de internetconsultatie die tot 14 februari open staat?

Mr Ewald L.J. van Hal
Directeur vereniging Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek, namens NVTB