Smaller Default Larger

Merkenrecht helpt materiaalidentiteit

Maak of namaak? Regelmatig leiden opgaven tot verduurzaming en circulariteit tot een materiaal- of productinnovatie die door de naam (of vorm!) aanleunt tegen een bekend bouwmateriaal. Denk aan de ongebakken baksteen (euh?), grasbeton, houtgraniet of plexiglas. Biedt het merkenrecht mogelijkheden tot behoud van materiaalidentiteit?

Merken zijn tekens die een product (of dienst) helpen om onderscheidend te zijn zoals door beeld, geluid, geur, vorm of een naam. Denk aan logo’s, etiketten, speciale lettertypes, kleuren (Zwitsal geel) en klanken (Kammajaajajippiejippie jeeh! voor Hornbach). Anders dan bij het auteursrecht moet een teken eerst worden geregistreerd voor het bescherming kan krijgen. Het teken moet dan wel enige oorspronkelijkheid hebben. Een merknaam dat soortnaam wordt verliest bescherming: vraag het de makers van Spa, Aspirine of Formica. 

Het merkenrecht kent individuele merken maar ook collectieve merken zoals KEMA-keur en het Wolmerk. Zo’n collectief merk is er in twee varianten.  
Allereerst is er het teken dat als collectief merk door leden van een (branche-)vereniging kan worden gebruikt. De vereniging is houder van het collectieve merk dat wordt verbonden aan producten die uitsluitend van de leden van de vereniging afkomstig kunnen zijn. Het is er voor producten met een vergelijkbare identiteit. Dat kán een geografische herkomstaanduiding zijn, maar is dan niet beperkt tot landbouwproducten of voedselwaren (waartoe de beschermde oorsprongsbenaming juist wel is beperkt).* 

De tweede variant is het certificeringsmerk. De houder van dit collectieve merk garandeert dat het gecertifieerde product bepaalde eigenschappen bezit. In beginsel kunnen zo alle denkbare kenmerken van een artikel worden beschermd, uitgezonderd de geografisch herkomst. Het al genoemde Wolmerk is een goed voorbeeld. Als beeldmerk garandeert het kwaliteitscriteria zoals 100% scheerwol, de vezelsterkte en bepaalde krimpeigenschappen. 

In de context van een ontluikende circulaire bouweconomie biedt een collectief merk voor afnemers van bewezen materiaalsoorten een interessante toevoeging. Zij krijgen met het merkteken zekerheid over de materiaalidentiteit in termen van herkomst, samenstelling en producteigenschappen. Tegelijkertijd worden innovaties beter herkenbaar als vergelijkbaar alternatief. Met zo’n belang voor iedereen biedt het merkenrecht een kristalhelder Perspex-tief.

Mr Ewald L.J. van Hal
Directeur vereniging Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek, namens NVTB

* Zie mijn column van 20 juli 2020 

Agenda

 

   

Dinsdag 1 december staat de volgende editie van Bouwpoort gepland. Vanwege de omstandigheden rondom het coronavirus is besloten deze Bouwpoort niet door te laten gaan. Wij hopen volgend jaar weer een Bouwpoort te kunnen organiseren en houden u via onze nieuwsbrief en deze website op de hoogte. 
    


 
 

NVTB & LinkedIn

 

De LinkedIn-groep van NVTB telt inmiddels meer dan 700 leden. Bent u al lid van de groep? Denk en discussieer met ons mee over actuele zaken.

U kunt zich hier voor de LinkedIn-groep aanmelden.

 

Column bestuurslid Ewald van Hal

Merkenrecht helpt materiaalidentiteit

Maak of namaak? Regelmatig leiden opgaven tot verduurzaming en circulariteit tot een materiaal- of productinnovatie die door de naam (of vorm!) aanleunt tegen een bekend bouwmateriaal. Denk aan de ongebakken baksteen (euh?), grasbeton, houtgraniet of plexiglas. Biedt het merkenrecht mogelijkheden tot behoud van materiaalidentiteit?

Lees meer...

Streekeigen bouwproducten

Het is vakantietijd. Door corona geen reis naar buitenlandse oorden maar een feest van binnenlandse verrassingen. Randstedeling raken verdwaald in het Achterhoekse coulissenlandschap; provincialen verdraaien de nek op Amsterdamse grachten. Bij de borrel passeert Hollandse Geitenkaas, zo nodig met een Oude-Lambiek. Anderen gaan de klus in eigen huis aan. Er is behoefte aan Waaltjes, de Oude Holle of inlands eiken. Verdienen ook bouwproducten een beschermde herkomstaanduiding?