Smaller Default Larger

‘Honderdduizenden woningen zijn aan vervanging toe’

Huissen - 16 september 2015 ‘Vervangende nieuwbouw heeft de toekomst. Als je kijkt naar de huidige woningvoorraad zijn er veel parels. Dit zijn de mooie wijken en gebouwen die we in stand moeten houden. Maar wees eerlijk, er staan honderdduizenden woningen in Nederland die hun beste tijd hebben gehad. Als we dan praten over de toekomst, over duurzaamheid, over gezondheid en over comfort, dan moeten we het overgrote deel vervangen. Kijkend naar de woningvoorraad van nu en de daarbij  behorende eisen van de toekomstige bewoner, dan komen deze gewoonweg niet overeen. Hier zijn grote stappen te maken’ – aldus Eduard van der Meer, algemeen directeur van vloerenfabrikant VBI te Huissen.

 

Nederland moet uit de ontkenningsfase komen. Het loont niet om alle oude woningen te renoveren naar Nul-op-de-Meter/energieneutraal. Denk aan de uitgestrekte en saaie slaapwijken die vanaf de jaren 60 door heel Nederland aan oude stadskernen zijn toegevoegd. Van der Meer: ‘De Nederlandse bouwindustrie kan een significante bijdrage leveren aan de toekomst van Nederland. Het is mogelijk om in een korte tijd nieuwe woningen neer te zetten die voldoen aan de woon- en comforteisen van nu. De oude woningen kunnen worden gedemonteerd en grondstoffen worden hergebruikt. Om te voldoen aan de huidige én toekomstige eisen moet de industrie worden uitgedaagd om samen te werken en te innoveren.

Eduard van der Meer maakt de vergelijking met de auto-industrie. Deze innoveert en past zoveel mogelijk standaardprocedures in die ervoor zorgen dat de kwaliteit hoog is en de kosten laag zijn. Een auto van 20 jaar oud blijft in kwaliteit en veiligheid ver achter bij de auto van nu. Denk aan navigatie, airbags, abt, maar ook aan onderhoud en betrouwbaarheid: roestbakken bestaan niet meer; auto’s geven tegenwoordig zelf aan wanneer ze naar de garage moeten. De gemiddelde automobilist interesseert het niet hoe de auto is opgebouwd, wat er onder de motorkap zit; het gaat om de looks, veiligheid en comfort.

Beter, sneller en duurzamer bouwen gaan volgens Eduard van der Meer hand in hand: ‘Hierbij staan de pijlers duurzaamheid, efficiëntie en veiligheid centraal. Duurzaam bouwen betekent automatisch ook efficiënter bouwen. Veiligheid is een vanzelfsprekend en essentieel onderdeel van onze denk- en werkwijze. Hier hebben wij onze processen op ingericht’. De bouwindustrie moet meer samenwerken en zich richten op goede industriële processen. In de bouw variëren we nu veel te veel op bouwdelen, zonder dat de eindgebruiker er baat bij heeft, integendeel het kost hem geld. Neem het voorbeeld van plafondhoogte; deze kan nu eindeloos variëren in cm. Als we afspraken maken over voorkeursmaten kan het bouwen van een huis niet alleen sneller maar ook goedkoper. Onlangs hebben bouwers en toeleverende industrie om de tafel gezeten om te kijken of er mogelijkheden zijn om beter af te stemmen over maatvoering. Het potentieel is groot’.

Duurzaam bouwen is volgens van der Meer vooral flexibel en aanpasbaar bouwen, zodat gebouwen kunnen worden aangepast aan de wensen van de toekomstige gebruiker. Duurzaamheid wordt vaak geprojecteerd op materiaal gebruik. Maar wat heb je aan een gebouw dat hoog scoort op duurzame materialen maar dat na 25 jaar niet meer voldoet aan de eisen van de gebruiker. Een lange levensduur, dat is de eerste eis van een duurzaam gebouw. Bruikbaar en functioneel over een lange tijd betekent dat het gebouw flexibel aanpasbaar is aan de eisen van de toekomst. Deze flexibele gebouwen worden gerealiseerd met efficiënte materialen die geproduceerd worden volgens een efficiënt proces.

Van der Meer wil graag het misverstand uit de wereld helpen dat industrieel bouwen en het werken met voorkeursmaten niet leidt tot duizenden identieke rijtjeshuizen: ‘Het gaat om een industrieel bouwproces dat steeds meer wordt geoptimaliseerd, waardoor er steeds meer kwaliteit en snelheid kan worden behaald en waarmee eindeloos veel variatie kan worden geleverd. De eindgebruiker heeft alle belang bij een industrieel proces, want wonen wordt beter betaalbaar’.

Eduard van der Meer: ‘Den Haag is vaak te druk met de details en de weg er naar toe, in plaats van met het einddoel. Het is goed dat de overheid energiebesparing stimuleert, maar nu zijn beleid en subsidies alleen gericht op renovatie en komt vervangende energiezuinige nieuwbouw niet in aanmerking subsidiëring’. Dat moet anders.

Eduard van der Meer is algemeen directeur van VBI en vicevoorzitter van het Nederlands Verbond Toelevering Bouw te Den Haag. VBI produceert en levert betonnen vloeren voor meer dan 10.000 woningen per jaar. Als u in een rijtjeshuis woont van na 1960 is er een goede kans dat u op een kanaalplaatvloer van VBI staat. 

Agenda

 

   

27 november 2018, start 17:00 uur, 
Perscentrum Nieuwpoort, Den Haag.
          Bezoek de website 
           en schrijf u in!  

Nieuwsbrief


 Klik hier voor de laatste NVTB nieuwsbrief.

Meld u hier aan voor de NVTB nieuwsbrief. 

NVTB & LinkedIn

 

De LinkedIn-groep van NVTB telt inmiddels meer dan 700 leden. Bent u al lid van de groep? Denk en discussieer met ons mee over actuele zaken.

U kunt zich hier voor de LinkedIn-groep aanmelden.

 

Column bestuurslid Ewald van Hal

CE in een Circulaire Economie

In een circulaire economie wordt niets weggegooid: bij sloop vrijkomende bouwproducten worden hergebruikt of zijn grondstof voor nieuwe. Dit ideaal leidt tot nieuw denken, anders doen maar plaatst ook bestaande regels in een ander daglicht. Neem de CE-markering van bouwproducten. Nieuwe en gebruikte verdienen daarin gelijkwaardig behandelt.

CE (Conformité Européenne) is in de basis bedoeld voor nieuwe producten, communiceert dat deze voldoen aan Europese eisen en daarom binnen de EU vrij verhandeld mogen worden. Bouwproducten zijn vaak geen eindproduct, zodat de Europese wetgever hiervoor een rechtstreeks werkende Europese CE-verordening opstelde (CPR). Deze zet focus op de (technische) prestaties die essentieel zijn om met dat bouwproduct een veilig en gezond gebouw te maken. Welke prestatie dat concreet zijn, en hoe daarop moet worden getoetst, wordt bepaald door de betreffende Europees geharmoniseerde productnorm. Na toetsing mag het bouwproduct in het handelsverkeer worden gebracht, mits blijvend vergezeld van het CE logo en bijhorende Prestatieverklaring. Nagedacht wordt nog hoe en welke milieurelevante productinformatie bij dit strak ingeregelde CE-stelsel kan worden betrokken.

Lees meer...