De Toren van Babel kwam door de welbekende Babylonische spraakverwarring niet tot stand. Taal doet er dus toe, niet alleen in de bouw maar zeker ook in het juridisch vakgebied. Sterker: juist in het recht is taal een dingetje. Recht is op taal gebaseerd, ieder rechtssysteem kent eigen begrippenkader en rechtsfiguren en taal is daar de basis voor. Juist daarom is het onverstandig om buitenlandse termen zomaar in het Nederlands rechtssysteem over te nemen.

Dat laatste is wat steeds vaker gebeurt bij projecten in de energietransitie en gebiedsontwikkeling. Al op voorhand wordt gestrooid met afkortingen als LOi, JDA, EoI, MOU, NDA. Is dat bewust, wordt wel bedoeld wat er staat maar ook: wat staat er eigenlijk?

De afkortingen zijn Anglo-Amerikaans en moeten de juridisch relatie tussen partijen regelen, vaak precontractueel op het ‘grotere’ werk: een Letter of Intent, Joint Development Agreement, Expression of Interest, een Memorandum of Understanding maar ook de Non Disclosure Agreement is te noemen. Allemaal termen die terloops de Nederlandse praktijk insluipen. Maar let op: zo’n Anglo-Amerikaanse term heeft niet altijd dezelfde rechtsgevolgen of betekenis als de -letterlijke- Nederlandse vertaling. Het heeft veelal ook een andere reikwijdte wat onverwacht tot vervelende misverstanden kan leiden of erger: het beoogde rechtsgevolg blijft achterwege.

Een van de redenen hiervoor is dat Nederlands civielrecht al behoorlijk volledig wettelijk is geregeld. Dat is anders met het Anglo-Amerikaanse case-law-systeem. Dat is gebaseerd op individuele gevallen. Onder dit rechtssysteem zijn contracten daarom vaak langer en gecombineerd met uitgebreide voorafgaande afspraken en het vastleggen van intenties. Dat leidt onder Nederlands recht dan weer tot rechtsvragen over wat juridisch nu eigenlijk werd beoogd.

Daarom: neem in juridische relaties die door Nederlandse recht worden beheerst (zoals door rechtskeuze of door de kenmerkende prestatie) niet klakkeloos buitenlandse rechtsfiguren over in de hoop op een duidelijke regeling. Een kritiekloze navolging leidt anders ook in de energietransitie en gebiedsontwikkeling tot een Toren van Babel!


Mr Ewald L.J. van Hal, Directeur vereniging Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek, namens NVTB

Het was spannend maar de Tweede Kamer stemde er 21 juni niet mee in: de eis van een huisvestingsvergunning voor lage en middeninkomens die een bestaande woning goedkoper dan € 355.000 willen kopen. Argument voor zo’n publiek toestemmingsvereiste: sturen op een rechtvaardige toedeling van de schaarse betaalbare woning aan bijvoorbeeld de docent, agent en scribent.

Discussie was er vooral over hoe dit publieke toestemmingsvereiste zich wel niet zou verhouden tot het private eigendomsrecht van de particuliere verkoper. Niet hoe het zich zou verhouden tot het recht op vrije vestiging en nog minder tot het grondwettelijke woonrecht. Dat bepaalt in artikel 22: ‘’bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid’. Het is een sociaal grondrecht, juist bedoeld voor actieve overheidsbemoeienis. De bepaling is intentioneel, dus de burger kan er bij de rechter niet rechtstreeks beroep op doen.

Dat kan wel op de rechtstreeks werkende internationale verdragen. Sommige daarvan bevatten fundamentele rechten waarop een recht om te wonen of om te worden gehuisvest kan worden gebaseerd. Denk aan het Europees Sociaal Handvest maar ook aan het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Verder is het Unie-Verdrag te noemen waarin ook een recht ‘op bijstand voor huisvesting’ is opgenomen. Het gaat dan in beginsel om het beschermen van het huisrecht (in de betekenis van bescherming tegen huisvredebreuk, huisuitzetting, huiszoeking) maar met wat juridische interpretatie is er ook het spiegelbeeld in te lezen: het recht op actieve inspanning van de overheid om passende huisvesting te bieden, huur en koop.

Het lijkt een kwestie van tijd voordat een georganiseerde groep wanhopig woningzoekenden onder toepassing van het civiele groepsactierecht (art. 3:305a BW) en met een beroep op deze Verdragen (zie het Urgenda-vonnis) de overheid tot concrete maatregelen dwingt. Een feitelijk recht op passende huisvesting, ook gerelateerd aan inkomensniveau, kan dan het alomvattende eigendomsrecht wel eens gaan inperken!


Mr Ewald L.J. van Hal, Directeur vereniging Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek, namens NVTB

“Woningen en andere bouwwerken in de gewenste aantallen tegen aanvaardbare kosten, dat willen we allemaal. En dat moet en kan ook duurzamer”, zegt Titia Siertsema, voorzitter NVTB.

De bouwmaterialenindustrie wil en kan een belangrijke bijdrage leveren in deze verduurzaming. De achterban heeft zich geconformeerd aan de verduurzamingsopgaven en klimaatdoelstellingen. De realisatie vraagt om de juiste randvoorwaarden. Deze hebben wij in beeld gebracht in een visie. Een belangrijke randvoordwaarde is het sluitend krijgen van business cases. Er is voor producenten handelingsperspectief nodig om de lange termijn investeringen en innovaties te doen.

NVTB stuurde haar visie naar de kabinetsleden van BZK, EZK en IenW zodat zij de visie op het verduurzamen van de brede bouwsector kennen.

Lees hier onze visie op de verduurzaming in de bouwsector

Waarom heeft een bedrijf wel en bijvoorbeeld een natuurgebied geen eigen rechtspersoonlijkheid? Dat is de strekking van een recent pleidooi van de D66-politici Terlouw en De Groot. Het geeft uiting aan een op steeds meer terrein veranderend paradigma.

Wat betreft de rechtspersoonlijkheid hebben van oudsher alleen natuurlijke personen en rechtspersonen op grond van (nu) het Burgerlijk Wetboek en diverse bijzondere wetten rechtspersoonlijkheid. Alleen zij zijn zelfstandig drager van rechten en plichten (rechtssubject), kunnen rechtshandelingen verrichten en kunnen tegen schending van hun belang actief opkomen. Natuurlijk, de gelijkstelling van rechtspersonen met natuurlijke personen is een fictie, een juridisch construct om het rechtsverkeer te dienen en natuurlijke personen in staat te stellen alleen of gezamenlijk daaraan deel te nemen. Tegelijkertijd is het ook een indeling die te verklaren is uit het natuurrecht. Dat is geen recht van de natuur (!) maar een metafysisch stelsel van universeel geldende waarden en normen die aansluiten bij de rede als bron voor de menselijke samenleving.

Wellicht wat vaag, maar even vaag als het omdenken van rechtsfilosofen waarin niet de mens maar ecosystemen centraal staan. Daarin verdienen natuurgebieden, bossen en rivieren rechtspersoonlijkheid. In die aanname hebben deze ecosystemen een eigen rechtspositie en worden belangen vertegenwoordigd door bijvoorbeeld een curator, voogd, bewindvoerder, of gevolmachtigde. Vanuit dit omdenken zijn natuurrechten en mensenrechten (recht op leefbaar klimaat) van vergelijkbaar niveau en verdienen rechtspersoonlijkheid.

Vraag is, of dit zo vergaande omdenken wel nodig is. Het groepsactierecht biedt nu al de mogelijkheid voor rechtspersonen om zich statutair het belang tot bescherming van bijvoorbeeld de Waddenzee, Maas of een leefbaar klimaat aan te rekenen. Er kan uit eigen naam naar de rechter worden gestapt waarmee het beoogde doel van een eigen rechtsidentiteit wel al heel dicht wordt benaderd.

Wellicht gaat het Terlouw en De Groot vooral om de symboolwerking. Tegelijkertijd zijn de grote maatschappelijke opgaven als energietransitie en bouwopgave niet gediend met de zoveelste complexiteit.


Mr Ewald L.J. van Hal, Directeur vereniging Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek, namens NVTB

Circulair en duurzaam bouwen is de toekomst. Die toekomst is ook, dat bedrijven in de bouwketen gehouden zijn daaraan bij te dragen. Belangengroepen zorgen er wel voor dat dit niet vrijblijvend is: in snel-tempo leiden vonnissen van rechters tot een nieuw soort aansprakelijkheid: klimaataansprakelijkheid. Dat betekent dat producenten, ook die van bouwmateriaal, verantwoordelijk worden voor klimaat-neutrale productontwerpen, een milieuverantwoord productieproces en dat zij zich maximaal inspannen om de milieueffecten van het gebruik van hun producten door afnemers te beperken of te voorkomen: de zgn. scope 3-effecten. In een adem door is dan ook nog de wet Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen te noemen dat fabrikanten verplicht om (milieu-)misstanden in de buitenlandse toeleverende keten te bestrijden.

 

Samenwerken is een manier om aan deze opgaven te kunnen voldoen. Denk daarbij ook aan duurzaamheidsafspraken van branchegenoten onderling of met hun ketenpartners. Met afspraken over herbruikbaarheid, inzameling, ontwerp, samenstelling en maatvoering van het (bouw-)product kunnen doelen op het gebied van duurzaamheid worden gediend.

Dat leidt wel direct tot de vraag hoe zich dit dan verhoudt tot het mededingingsrecht. Immers zijn kartelafspraken wettelijk verboden. Dat zijn horizontale of verticale afspraken en/of samenwerkingen tussen bedrijven die een vrije concurrentie belemmeren. Toch zou het maatschappelijk niet te verteren zijn indien mededingingsrecht een duurzame samenleving of circulaire economie in de weg staat. Die zijn juist gediend met afspraken over bijvoorbeeld de samenstelling van productverpakkingen (maximale gelaagdheid karton), voorwaarden voor concurrentie (geen fout hout), gezamenlijke standaarden (een smalle baksteen) of innovaties waarvoor voldoende productiemiddelen of schaal nodig is (verduurzaming van bestaande gebouwen).

Soms is er twijfel of dit soort afspraken wel zijn toegestaan. Voor die gevallen ontwikkelde mededingingsautoriteit ACM de Leidraad Duurzaamheidsafspraken. Deze biedt bedrijven vooraf duidelijkheid en is basis voor een self assesment. Maar ondertussen is er meer zoals het wetsvoorstel Ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven en het Europese ontwerp Richtsnoer horizontale samenwerkingsovereenkomsten tussen concurrenten. Goede initiatieven die een ding duidelijk maken: ook het mededingingsrecht wordt dienstbaar aan duurzaam.


Mr Ewald L.J. van Hal, Directeur vereniging Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek, namens NVTB

Contact

 Tel: 020 4919189

 E-mail: nvtb@nvtb.nl

 Adres: Teleport Towers, Kingsfordweg 151,
       1043 GR, Amsterdam

NVTB IS AMBASSADEUR VAN 

We use cookies

Wij gebruiken cookies op onze web site. Sommigen zijn essentieel voor het correct functioneren van de site, terwijl anderen ons helpen om de site en gebruikerservaring te verbeteren (tracking cookies). U kan zelf kiezen of u deze cookies wil toestaan of niet. Let op dat als u onze cookies weigert mogelijk niet alle functies van de site beschikbaar zijn.